Het vernieuwde overbruggingsrecht vanaf 1 januari 2017

Tot hiertoe gold de faillissementsverzekering maar in een beperkt aantal gevallen, zoals faillissement, collectieve schuldenregeling of brand en vernieling. De huidige faillissementsverzekering wordt hervormd tot een overbruggingsverzekering. Die dekt ook stopzettingen om economische redenen. Door de hervorming naar een overbruggingsrecht komt er een opvangnet voor alle zelfstandigen die hun activiteiten gedwongen moeten stopzetten, inclusief omwille van economische redenen.

Op 1 januari 2017 is het hervormde overbruggingsrecht ingevoerd. Er zijn 4 grote vernieuwingen aan het overbruggingsrecht:

  1. Het wordt met een 4e pijler ‘stopzetting wegens economische moeilijkheden’ uitgebreid. Deze nieuwe pijler komt naast de bestaande pijlers faillissement, collectieve schuldenregeling en de gedwongen stopzettingen bij brand, vernielingen, natuurrampen en allergie.
  2. Het overbruggingsrecht dekt voortaan niet enkel het recht op gezinsbijslag en geneeskundige verzorging, maar ook het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. De kwartalen waarin een zelfstandige het overbruggingsrecht geniet, worden dus in aanmerking genomen als refertekwartalen om te bepalen of hij recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Krijgt hij een uitkering bij arbeidsongeschiktheid, dan is de duur daarvan niet beperkt in de tijd – uiteraard op voorwaarde dat de arbeidsongeschiktheid of invaliditeit erkend blijft.
  3. Helpers en meewerkende echtgenoten komen ook in aanmerking voor het overbruggingsrecht. Maar omdat helpers en meewerkende echtgenoten niet failliet verklaard kunnen worden, zullen ze alleen beroep kunnen doen op de pijlers collectieve schuldenregeling, gedwongen stopzetting en stopzetting wegens economische moeilijkheden.
  4. Vandaag volstaat het dat een zelfstandige gedurende 4 kwartalen als zelfstandige in hoofdberoep aangesloten was om recht te hebben op het overbruggingsrecht. Deze voorwaarde blijft behouden, maar er wordt een betalingsvoorwaarde toegevoegd: de zelfstandige moet minstens 4 kwartalen sociale bijdragen effectief betaald hebben in een referteperiode van 16 kwartalen voorafgaand aan het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de stopzetting of het faillissement zich voordoet. Met vrijgestelde of gelijkgestelde kwartalen wordt geen rekening gehouden.

Nieuw: de stopzetting wegens economische moeilijkheden

Extra loopbaanvoorwaarde

Om de nieuwe pijler ‘stopzetting wegens economische moeilijkheden’ te kunnen genieten, zou het niet volstaan om 4 kwartalen bijdragen betaald te hebben. Want de uitkeringsduur zou in dit geval gekoppeld worden aan het aantal kwartalen waarin de zelfstandige pensioenrechten opbouwde (= bijdragebetaling, gelijkstelling wegens ziekte,… maar dus geen onbetaalde periodes, periodes in art. 37 of kwartalen vrijgesteld door de Commissie).

  • Minder dan 2 jaar pensioenrechten = géén recht op uitkeringen bij stopzetting omwille van economische moeilijkheden
  • Minstens 2 jaar pensioenrechten, maar minder dan 5 jaar = recht op 3 maanden uitkering
  • Minstens 5 jaar pensioenrechten, maar minder dan 15 jaar = recht op 6 maanden uitkering
  • Minstens 15 jaar pensioenrechten = recht op 12 maanden uitkering

Het overbruggingsrecht kan tijdens de loopbaan wel verschillende keren aangevraagd worden, zolang het ‘krediet’ van maximum 12 maanden – voor de 4 pijlers samen – niet opgebruikt is. Bovendien zou de voorwaarde van ‘pensioenopbouw’ over de volledige loopbaan bekeken worden – waardoor ook periodes gelegen vóór een 1e aanvraag, stopzetting,… zouden meetellen om te controleren of de zelfstandige minstens 2, 5 of 15 jaar pensioenrechten opbouwde.

Wat wordt beschouwd als ‘economische moeilijkheden’?

Zelfstandigen die zich in economische moeilijkheden bevinden en hun activiteiten stopgezet hebben, kunnen het overbruggingsrecht genieten wanneer ze zich in één van de volgende situaties bevinden:

  • De zelfstandige heeft recht op een leefloon.
  • De zelfstandige verkreeg tijdens de 12 maanden voorafgaand aan de stopzetting een vrijstelling van bijdragen bij de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen. De datum van de beslissing is bepalend, niet de vrijgestelde kwartalen. Want de Commissie oordeelt of de zelfstandige zich op het moment van de beslissing al dan niet in een staat van behoefte bevindt.
  • De zelfstandige actief in een eenmanszaak had het jaar van de stopzetting en het daaraan voorafgaande jaar inkomsten die de minimumdrempel hoofdberoep niet overschreden. Voor zelfstandigen actief in een vennootschap is het niet voldoende dat hun persoonlijk inkomen onder de minimumdrempel hoofdberoep ligt. Voor hen zal waarschijnlijk nog een bijkomende voorwaarde ingevoerd worden, maar hoe die voorwaarde er zal uitzien, is nog niet duidelijk.

Om de hervorming van het overbruggingsrecht in te voeren, bereidt de minister een wettekst voor. Het is de bedoeling om de bestaande wetgeving volledig te vervangen, zodat het geheel coherenter wordt. Let op: de teksten zijn nog niet definitief. Meer info volgt dus nog!

Voor meer info raadpleeg www.zenito.be 

Meer over: Steunmaatregelen, Steunmaatregelen sociaal statuut

Op zoek naar meer ondernemersinfo?

UNIZO ondernemerslijn - 0800 20 750Voor andere nuttige ondernemersinfo
raadpleeg hier het Unizo Kennisnet:
geef uw zoekterm in of zoek per thema
of trefwoord in onze databank.

Of contacteer Unizo Ondernemerslijn voor
een persoonlijk eerstelijns advies of een
nuttig contact.

Ons adviesteam staat voor u klaar!