Jongeren laten leren op uw bedrijfsvloer: nieuwe regels inzake “duaal leren”

Het onderwijslandschap is in volle transitie. Naast de modernisering van het secundair onderwijs is een ander fenomeen zich aan het ontwikkelen, namelijk de volwaardige alternatieve leerweg van het duaal leren.

Wat is duaal leren?

Duaal leren is wat voorheen gekend was als de systemen van leren en werken, wat op zijn beurt beter gekend was onder de noemers leertijd (vroegere leercontract), het DBSO (deeltijds beroeps secundair onderwijs) of ILW (industrieel leerlingenwezen).

Het opzet is eenvoudig. In plaats van de schoolbank wordt de bedrijfsvloer de plaats waar de jongere de meerderheid van zijn competenties leert. Dat heeft heel wat voordelen, want jongeren:

  • krijgen een realistisch beeld van de job;

  • kunnen op een realistische werkvloer competenties opdoen;

  • kunnen leren door gebruik te maken van de laatste technologie;

  • kunnen op een alternatieve, maar volwaardige, wijze leren.

Niet enkel voor scholen en jongeren, ook voor bedrijven is dit een interessante piste. Er zijn terugverdieneffecten verbonden aan het werken met jongeren in duaal leren. Het geeft bedrijven de mogelijkheid om de juiste competenties aan de jongere te bezorgen, die nadien een potentiele werknemer wordt.

Wat verandert er vanaf 1 september 2016?

Hoeveel jongeren mogen er opgeleid worden in uw zaak?

Voortaan mogen er per vestigingsplaats niet meer jongeren in opleiding zijn dan dat er werknemers verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst. Wanneer een onderneming geen werknemers met een arbeidsovereenkomst heeft, mag deze maximaal 1 jongere gelijktijdig opleiden.

Daarenboven zal nog een beperking opgelegd worden van het aantal jongeren dat per mentor mogelijk is. Dit dient nog verder te worden uitgeklaard en zal worden beslist door het sectoraal partnerschap, of bij het ontbreken ervan het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.

Met welk contract kan u jongeren opleiden in uw zaak?

Met ingang van 1 september 2016 zijn er nieuwe overeenkomsten van toepassing binnen het duaal leren. Dit betekent dat voor de verschillende systemen (Leertijd, DBSO, ILW) er nog slechts 2 contracten overblijven, met een uitzondering voor de social profit.

Indien contracten zijn afgesloten voor 1 september 2016, blijft de oude regeling op deze contracten lopen. Het onderscheid tussen beide contracten wordt gemaakt door het gemiddeld aantal uren die effectief gepresteerd worden op de werkvloer.

Vanaf gemiddeld 20u per week op (school)jaarbasis gepresteerd worden, valt de jongere onder de overeenkomst alternerende opleiding (OAO). In dat geval zal de onderneming een leervergoeding moeten betalen. De Vlaamse Regering besliste dat deze leervergoeding afhankelijk is van het jaar waarin de jongere zit. De vergoeding ziet er als volgt uit, indien de jongere een standaard traject volgt::

  • 1ste jaar: 29 % van het GGMMI of 443,30 € per maand
  • 2de jaar: 32 % van het GGMMI of 490,30 € per maand
  • 3de jaar: 34,5 % van het GGMMI of 528,60 € per maand

Wanneer de grens van gemiddeld 20u per week op (school)jaarbasis niet gehaald wordt, zal er sprake zijn van een stageovereenkomst alternerende opleiding (SAO). Bij dit type van overeenkomst dient er geen vergoeding te worden betaald. Maar leert de jongere in kwestie ook niet de meerderheid van zijn competenties op de werkvloer.

Voor beide overeenkomsten werden modelovereenkomsten voorzien. Deze kunnen hier gedownload worden:

BestandModel overeenkomst alternerende opleiding

BestandModel stageovereenkomst alternerendeopleiding

Moet u erkend worden als leerwerkbedrijf?

Waar er vandaag, afhankelijk van het systeem, al dan niet een erkenning noodzakelijk was voor het leerwerkbedrijf, is dit met ingang van 1 september 2016 een verplichting voor alle systemen van leren en werken.

Om erkend te worden, moet de onderneming voldoen aan een aantal voorwaarden en een procedure doorlopen om erkend te worden.

Lees hier meer over de erkennigsprocedure als leerwerkbedrijf.

 

 

Meer over: Jongeren opleiden op werkvloer
Thema: Personeel

Op zoek naar meer ondernemersinfo?

UNIZO ondernemerslijn - 0800 20 750Voor andere nuttige ondernemersinfo
raadpleeg hier het Unizo Kennisnet:
geef uw zoekterm in of zoek per thema
of trefwoord in onze databank.

Of contacteer Unizo Ondernemerslijn voor
een persoonlijk eerstelijns advies of een
nuttig contact.

Ons adviesteam staat voor u klaar!