Moeten er belastingen betaald worden op de inkomsten uit deeleconomie?

De wettelijke regeling brengt in eerste instantie duidelijkheid over de belastbaarheid van bepaalde inkomsten. Tot voor kort werden inkomsten uit deeleconomie onderworpen aan de tarieven van de progressieve personenbelasting (tot 50%).

Om de deeleconomie enerzijds te stimuleren en anderzijds uit het zwartwerk circuit te houden, is er een gunstregeling ingesteld. Er geldt een nominaal tarief van 20% met een forfaitaire kostenaftrek van 50%. Dit komt uiteindelijk neer op een effectieve personenbelasting van 10%. Een werkelijke kostenaftrek wordt niet meer toegestaan.

Let op! Deze gunstregeling is enkel van toepassing wanneer onderstaande voorwaarden zijn voldaan:

  1. Het moet gaan om inkomsten uit diensten (niet levering van goederen).
  2. Het moet gaan om diensten verstrekt aan ‘private natuurlijke personen’ (niet aan bedrijven).
  3. Het moet gaan om diensten die een nevenactiviteit zijn. De dienst moet dus losstaan van de zelfstandige beroepsactiviteit of van de core business van de vennootschap waarvan men bedrijfsleider is. Voor werknemers bestaat er meer flexibiliteit.
  4. De diensten moeten verstrekt worden via een door de overheid erkend of georganiseerd elektronisch platform.
  5. De vergoedingen worden enkel door (tussenkomst van) het platform betaald of toegekend.

Om van het fiscaal gunststelsel te kunnen genieten mag het brutobedrag van de inkomsten tijdens een kalenderjaar niet meer bedragen dan (geïndexeerd) € 5.000 (voor inkomsten in 2017). Het brutobedrag = ontvangen inkomsten + inhoudingen aan de bron (bv. bedrijfsvoorheffing, commissie platform incl. btw, toeristenbelasting, enz.).

Opgelet!

Zodra men ook maar 1 euro meer verdient, wordt het volledige inkomen – niet alleen het deel boven de grens van 5.000 euro – geacht een beroepsinkomen te zijn. Beroepsinkomsten worden onderworpen aan progressieve personenbelasting (tot 50%). Indien de belastingplichtige kan aantonen dat dit geen beroepsactiviteit is, wordt het inkomen wellicht als ‘divers inkomen’ belast aan 33% personenbelasting. In ieder geval zal men zelf het tegendeel moeten bewijzen. Daarenboven zullen de inkomsten bij overschrijding van het maximale brutobedrag in een bepaald jaar, niet alleen voor het betreffende jaar, maar ook voor het daaropvolgende jaar beschouwd worden als beroepsinkomen.

Verder is het nog belangrijk om te benadrukken dat enkel diverse inkomsten in aanmerking komen voor het fiscale gunststelsel van de deeleconomie. Om de grens van € 5.000 te beoordelen wordt bijgevolg enkel rekening gehouden met de diverse inkomsten. Inkomsten uit de loutere verhuur van onroerend (bv. Airbnb) of roerend goed (bv. Cambio) zijn belastbaar als respectievelijk onroerend en roerend inkomen.

Een aandeel van 25% van de belasting op de inkomsten uit de deeleconomie wordt aangewend voor het globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen.

Meer over: Deeleconomie

Op zoek naar meer ondernemersinfo?

UNIZO ondernemerslijn - 0800 20 750Voor andere nuttige ondernemersinfo
raadpleeg hier het Unizo Kennisnet:
geef uw zoekterm in of zoek per thema
of trefwoord in onze databank.

Of contacteer Unizo Ondernemerslijn voor
een persoonlijk eerstelijns advies of een
nuttig contact.

Ons adviesteam staat voor u klaar!