UNIZO vraagt meer ‘smart regulation’ voor de Brusselse deeleconomie

De opkomst van de deeleconomie brengt een structurele economische verandering op gang. Vandaag organiseerde de Kamer van de Middenstand (KMS, Zie 1), momenteel voorgezeten door UNIZO, een colloquium rond de vraag of de deeleconomie een kans of een bedreiging is voor de Brusselse kmo’s?

In 2016 was de deeleconomie in België goed voor een zakencijfer van naar schatting 90 tot 110 miljoen euro. Voor Brussel varieert dat cijfer tussen 17 en 20 miljoen euro (zie 2). Experts schatten dat dit cijfer de komende 4 jaar zal vervijfvoudigen, tot een omzet van een half miljard euro in 2020 in België en tussen 90 en 100 miljoen in Brussel. Voor UNIZO is het essentieel dat onze samenleving kan meegenieten van de winst van de deeleconomie en dat tegelijkertijd de nadelen en de risico’s op misbruik zo veel mogelijk worden beperkt.

Maar de deeleconomie beslaat een heel breed terrein. En het is mogelijk om een onderscheid te maken tussen activiteiten die aangemoedigd moeten worden en activiteiten die toezicht nodig hebben. UNIZO stelt vast dat sommige aspecten van de deeleconomie minder of helemaal niet schadelijk zijn voor bestaande economische activiteiten dan andere.

UNIZO suggereert dat het Gewest een nieuwe economische en juridische cel oprichten met als doel om juist dit onderscheid te maken. Daarvoor moet er controle uitgeoefend worden op 3 zaken: heeft de activiteit een wederkerend karakter, is ze bedoeld om winst te maken en gaat het verder dan het louter delen van goederen, maar wordt er ook een dienstverlening aangekoppeld ? In deze gevallen moet de overheid met de platformen en met de sectororganisaties in overleg gaan om bijvoorbeeld een bepaalde drempelwaarde vast te leggen, die het ‘recurrent karakter’ van de activiteit bepaalt. Zo kan er voor gezorgd worden dat de deeleconomie en de traditionele economie, in dit geval, dezelfde sociale en fiscale regels volgen.

Dit overleg moet ook leiden tot het verplichten van de platformen om meer verantwoordelijkheid op te nemen. Voor UNIZO betekent dit dat de platformen alle gegevens die de overheid nodig heeft om het onderscheid tussen ‘aan te moedigen activiteiten’ en ‘te controleren activiteiten’ te kunnen maken. Dit moet ook het innen van belastingen en het garanderen van een correct sociaal statuut gemakkelijker te maken. Ook moet het platform verzekeringen voor de consument en de dienstverlener voorzien.

Daarom moet er werk gemaakt worden van de ‘smart regulation’, in functie van de sectoren. De wet “De Croo” is al een eerste belangrijke stap die via de erkenning van de platformen zal kunnen leiden tot meer samenwerking.

Naast deze aanbevelingen voor de Brusselse regering roept UNIZO ook de Brusselse bedrijven op om verschillende strategieën te gebruiken. Naast de confrontatie tussen de traditionele sectoren en de deeleconomieplatformen, zijn er ook vormen van samenwerking en complementariteit mogelijk. De Brusselse bedrijven kunnen best ook deze mogelijkheden verkennen.

1. De Kamer van de Middenstand van de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verenigt de organisaties die zelfstandigen en kmo’s uit het Brussels Gewest vertegenwoordigen.
2. Deze cijfers zijn door de experts van Idea Consult overgenomen uit een rapport van het consultancybureau PWC.

PDF iconKamer van de Middenstand - Deeleconomie - Hulp bij de positionering van KMO's

PDF iconKamer van de Middenstand - Deeleconomie - Stelling van een postarbeidssamenleving

PDF iconKamer van de Middenstand - Initiatiefadvies - Regulering Collaboratieve Economie

Meer over: Deeleconomie