KMO-Portefeuille op hogere snelheid sinds hervorming 

De KMO-Portefeuille zit op snelheid. Steeds meer ondernemers, zowel in Vlaanderen als in Limburg doen er beroep op. Dat blijkt uit een analyse van de cijfers die Vlaams parlementsleden An Christiaens (CD&V) en Grete Remen (N-VA) verzameld hebben. De KMO-Portefeuille is een subsidiemaatregel van de Vlaamse overheid aan KMO’s tot 250 medewerkers met een focus op 2 pijlers: advies en opleiding.

Bijna een jaar geleden, op 1 april 2016, werd de KMO-Portefeuille grondig herzien. De belangrijkste wijzigingen waren een groepering van adviesdomeinen (tot slechts 2 pijlers: advies of opleiding), een wijziging van het jaarlijks maximum subsidiebedrag en een onderscheid tussen kleine (40%) en middelgrote (30%) ondernemingen (zie overzicht in bijlage).

“UNIZO heeft de vereenvoudiging van de KMO-Portefeuille vanaf het begin mee ondersteund. De hervorming was nodig omdat ondernemers soms subsidies misliepen omdat ze niet altijd wisten dat ze er recht op hadden. Het instrument is ondertussen een schoolvoorbeeld van administratieve vereenvoudiging. Via de UNIZO Ondernemerslijn, ontvangen we ook veel minder klachten dan voorheen”, zegt Bart Lodewyckx, gedelegeerd bestuurder van UNIZO Limburg.

Over de periode 1/4/16-31/12/16 werden in Limburg 12.565 steunaanvragen voor advies en opleiding ingediend in de KMO-portefeuille. Dat de populariteit van de maatregel aan belang wint blijkt uit het feit dat in vergelijking met dezelfde periode in 2014 het aantal aanvragen met 54,7%% gestegen is. In 2014 lag het aantal immers aanvragen op 8.111. Deze groei is beduidend sterker dan in de rest van Vlaanderen, waar de groei 46,7% bedraagt. Van deze 12.565 aanvragen werden er 11.303 goedgekeurd. Ten opzichte van 2014 stijgt het aantal goedkeuringen met 65,2%. Dit is ook een beduidend sterkere groei dan in de rest van Vlaanderen 58,4%). We zien na de hervorming van de KMO-Portefeuille een sterkere toename van het aantal goedkeuringen.

Een surplus van 90 Limburgse KMO’s per jaar wint advies in
In Limburg komen in verhouding meer adviesaanvragen voor. Deze hebben in Limburg een aandeel van 4.3% in het totaal aantal Limburgse steunaanvragen. In de rest van Vlaanderen ligt dit aandeel op 3,5%. Dit groter aandeel in Limburg komt neer op een surplus van 90 KMO’s, met andere woorden, indien Limburg eenzelfde aandeel zou hebben dan in de rest van Vlaanderen, dan zouden er 90 steunaanvragen van Limburgse KMO’s minder moeten zijn. Limburgse adviesaanvragen hebben met 4,30% ook het hoogste aandeel in het totaal ten opzichte van de andere Vlaamse provincies.

Rechtmatig aandeel in financiële steun
In de groei van de totale subsidie die uitgekeerd wordt laat Limburg echter niet meer de sterkste cijfers optekenen. De groei ligt hier enkele procentpunten onder deze van de rest van Vlaanderen. In totaal werd in de periode 1/4/16-31/12/16 een bedrag van 4,27 miljoen euro aan opleidings- en adviessteun uitbetaald aan Limburgse KMO’s. Limburg heeft hier een aandeel van 12,5%, een rechtmatig aandeel dus. 

De Limburgse kleine ondernemingen (tot 50 werknemers) ontvangen 4,02 miljoen euro van de 4,27 miljoen die in 2016 uitbetaald werd. Dit is een aandeel van 94,2%. De middelgrote ondernemingen zien hun steunbedrag wel groeien met 86,8% t.o.v. 2014. Bij de kleine ondernemingen is de groei sterker naarmate het bedrijf groter is: bedrijven met minder dan 5 werknemers groeien met 38%, deze met 11-50 werknemers groeien met 46,8%. Binnen de groep van kleine ondernemingen hebben deze van 0-5 medewerkers wel een aandeel van 61,90% in de steun van deze groep.