Eén op vijf West-Vlaamse zelfstandigen is een vrije beroeper

UNIZO West-Vlaanderen wijst op de stijging van samenwerkingsverbanden en een vervrouwelijking

De provincie telde vorig jaar 28.661 vrije beroepers. Daarmee behoorde één op vijf West-Vlaamse zelfstandigen of 21,31% tot deze categorie. Enkel in Limburg ligt het aantal (20.267) en het percentage (12,05%) t.o.v. het aantal zelfstandigen lager. Dat blijkt uit ‘de polsslag van het vrije beroep 2016’ van de Federatie Vrije beroepen. UNIZO West-Vlaanderen wijst op een stijging van de samenwerkingsverbanden, alsook een vervrouwelijking binnen de vrije beroepen. 

Er is een lichte stijging (1,26%) van het aantal vrije beroepers in West-Vlaanderen tegenover 2014. “Het vrije beroep heeft een grote aantrekkingskracht op jongeren. De lage conjunctuurgevoeligheid en de “werkzekerheid” van de sector spelen ongetwijfeld een belangrijke rol. Sommige vrije beroepen dreigen echter slachtoffer te worden van hun eigen succes. Niet iedereen heeft immers genoeg werk om het hoofd boven water te houden.” aldus Frederik Serruys, directeur UNIZO West-Vlaanderen.

In West-Vlaanderen is de grootste groep actief binnen de intellectuele beroepen (13.320), gevolgd door de medische beroepen (10.694), juridische beroepen (1.865), bouwkundige beroepen (1.657) en economische beroepen (1.125). Het aantal starters en stoppers is een weerspiegeling van deze verhoudingen.

In 2015 stopten 935 West-Vlaamse vrije beroepers hun activiteit. 2.562 starten hun activiteit. Opmerkelijk is dat 53,24% van de starters vrouwen waren. Ook in 2014 was deze trend merkbaar. “Qua aantal beroepsbeoefenaars zijn de mannen nog in de meerderheid, maar de kloof verkleint doordat steeds meer vrouwen instromen. Vooral de medische beroepen (artsen, paramedici en apothekers) zijn bij vrouwelijke beroepsbeoefenaars populair.” aldus Serruys.

Opvallend is ook dat steeds meer vrije beroepers kiezen voor een samenwerkingsverband (groepspraktijk of associatie) in plaats van een solopraktijk. Dat geeft hen de mogelijkheid om werk en privéleven beter te combineren, maar ook om te specialiseren of andere activiteiten erbij te nemen. Daarenboven geraken jonge afgestudeerden op die manier “gestart”. Een eigen praktijk opstarten, vraagt heel wat middelen. Iets wat jonge mensen nu vaak niet hebben. Een groepspraktijk geeft hen de mogelijkheid om in een bestaande praktijk in te treden of er ervaring op te doen. 

Meer over: Starten, Vrije beroepen
Thema: Actueel