Aantal zelfstandig beoefenaars van een vrij en intellectueel beroep op recordniveau

“Sommige ministers dromen ervan om van vrije beroepers ambtenaren te maken. Dat zou nefast zijn voor de kwaliteit en de dienstverlening” – Anton Smagghe. 

Het afgelopen jaar groeide de sector van de vrije beroepen met 6%. Het aantal vrije beroepers bereikt daarmee een recordniveau. 1 op 3 (32%) van de zelfstandigen in België is een beoefenaar van een vrij beroep.  Dat blijkt uit RSVZ-cijfers (2021) die de Federatie Vrije Beroepen (FVB) verzamelde.  De Federatie Vrije Beroepen betreurt de maatschappelijke trend die het moeilijk heeft met het statuut van vrije beroepers. “Dankzij het statuut kunnen vrije beroepers de huidige hoge kwaliteit garanderen. Wij verzetten ons tegen elke vorm van “ambtenarisering” van dat statuut’, zegt Anton Smagghe, secretaris-generaal van de FVB. 

Recordaantal vrije beroepers 

Eind 2021 waren er in België 393.878 zelfstandige beoefenaars van een vrij beroep actief, op een totaal van 1.230.419 zelfstandigen. De voorbije 10 jaar kende het vrije beroep een stijging van bijna 60%. Ook het afgelopen jaar was het de sterkst groeiende groep zelfstandige ondernemers. Daarnaast zet de vrije beroeper meer dan 320.000 mensen aan het werk. 

De sector van de intellectuele diensten was in 2021 het grootst, met 201.813 beroeps- beoefenaars of 51% van het totale aantal vrije beroepen. De zorgsector is de tweede grootste (32%). De voorbije 5 jaar manifesteerde zich een stijgende trend in de meeste sectoren van het vrije beroep. De sterkste groeiers zijn de gezondheidsberoepen (+ 34%), gevolgd door de intellectuele diensten (+ 29%), de bouwsector (+ 8%) en de juridische sector (+ 7%). 

In 2021 waren de mannen nog steeds in de meerderheid tegenover hun vrouwelijke collega’s: 54% tegenover 46%. Tien jaar geleden was de verhouding nog 58% tegenover 42%. Het is duidelijk dat vrouwelijke beroepsbeoefenaars aan een opmars bezig zijn. 

Opgesplitst naar de aard van de activiteit, wordt het vrije beroep voornamelijk beoefend als hoofdactiviteit (61%) en veel minder (29%) in bijberoep. Bijna één op tien is nog beroepsactief ondanks het bereiken van de gebruikelijke pensioenleeftijd.

Beschermen van het statuut

Sinds 1 november 2018 zijn alle ondernemingen door de hervorming van het economisch recht gelijk voor de wet en is een vrije beroeper in beginsel een onderneming zoals een andere.

“Dat is op zichzelf een goede zaak”, zegt Anton Smagghe. “Toch blijft er een fundamenteel verschil tussen ondernemers die een klassieke economische activiteit uitvoeren en de vrije beroepers: de finaliteit van hun activiteit heeft een belangrijke maatschappelijk belang. Dit is verankerd in het statuut van de vrije beroeper. Vrije beroepen staan voor kwaliteit met verplichte diploma’s en opleidingen én de controle hierop.” Federatie Vrije Beroepen ervaart dat de essentiële erkenning van dit maatschappelijk belang niet meer voor iedereen vanzelfsprekend is. 

Anton Smagghe: “Er is een maatschappelijke trend – zowel buiten als binnen het vrij beroep - om dit maatschappelijk aspect te minimaliseren. Sommige ministers lijken er wel van te dromen om  van vrije beroepers ambtenaren te maken. Dat zou nefast zijn voor de maatschappelijke waarde, de kwaliteit en de centrale rol die de cliënt of patiënt altijd moet krijgen. Het moet altijd mogelijk zijn om als vrije beroeper de activiteit in een zelfstandigenstatuut te beoefenen. Dit om zowel de hang naar controle door de overheid als de sterk financieel gekleurde roep van multinationals te kunnen weerstaan.”

De Federatie Vrije Beroepen, aangesloten bij UNIZO, is de representatieve interprofessionele organisatie voor het vrije beroep. Duizenden individuele leden en 23 representatieve beroepsorganisaties bundelen er de krachten.