Brutomarge niet gebruiken als drogreden om loonnorm niet te respecteren

Federaal minister van Werk Pierre-Yves Dermagne maakt van enkele cijfers van een studie van de Nationale Bank gretig gebruik om de loonnorm ter discussie te stellen. UNIZO vraagt om te stoppen met de gemoederen op te hitsen.  “De minister doet aan cherry picking en gebruikt ongenuanceerd cijfers van het verleden om weer zijn vraag voor extra loon bovenop de automatische indexering op tafel te leggen. Jammer, net nu het loonoverleg tussen de sociale partners is opgestart ”, reageert Danny Van Assche. 

 

Volgens recente cijfers van de Nationale Bank is de brutowinstmarge van de Bel­gische bedrijven gestegen van 44,8 procent in het eerste kwartaal naar 45,2 procent in het tweede kwartaal van 2022. Tegelijkertijd wordt ook verwacht dat de tweede helft van 2022 de marges zullen dalen. 

Stijging van kosten

UNIZO plaatst enkele kanttekeningen bij het ongenuanceerd verwijzen naar de brutowinstmarge. “Brutomarge is geen nettowinst. Om iets te kunnen zeggen over rendabiliteit van ondernemingen moet men ook rekening houden met de variabele en vaste kosten zoals energie. Die moeten van de brutomarge van worden afgetrokken om tot winstmarge te komen. En laat die kosten nu net significant gestegen zijn de voorbije maanden” zegt Danny Van Assche

Volgens een andere studie van de Nationale Bank ligt de elektriciteitskost voor een onderneming vandaag gemiddeld 120 procent hoger dan begin dit jaar, meer dan een verdubbeling dus. Voor aardgas gaat het om 143 procent (maal 2,5). Ook de inputkosten (grondstoffen, transport, verpakkingen, energie) zijn vandaag gemiddeld 63 procent hoger dan een jaar geleden. Voor kleine ondernemingen loopt de totale kostenstijging van hun input zelfs op tot gemiddeld 70 procent omdat ze vaker actief zijn in zwaarder getroffen sectoren (bijvoorbeeld horeca, landbouw, food retail, transport).

Kmo’s met minder dan 10 werknemers kunnen gemiddeld slechts 40 procent van deze stijgende kosten doorrekenen aan de klant. Voor grote bedrijven met meer dan 50 werknemers stijgt dat tot 60 procent. Het deel van de kosten dat niet wordt doorgerekend, vertaalt zich in besparingen of zelfs het aangaan van extra schulden. 

Ongeziene loonindexatie

Naast de inputkosten tekenen ook de loonkosten, gegeven de hoge inflatie en automatische loonindexering, records op. Voor 40 procent van de privéwerknemers zal begin volgend jaar het brutoloon stijgen met meer dan 10,5 procent. De andere 60 procent heeft deze indexering intussen al gehad.

Danny Van Assche: “De lonen stijgen daarmee sneller dan in de buurlanden waar geen automatische indexering geldt en over loonstijgingen onderhandeld moet worden. Uit een raming van de NBB van juni blijkt dat de uurloonkosten dit en volgend jaar 4,6 procentpunt sneller stijgen dan het gemiddelde van de buurlanden. We bouwen een nieuwe handicap op, wat voor een open economie als de onze  een verlies aan competitiviteit betekent.” 

UNIZO betreurt dan ook de ongenuanceerde uitspraak van minister Dermagne. “In tijden van ongeziene loonindexatie, een oplopende loonkostenhandicap, hoge inflatoire druk op kmo’s door de prijsstijging van de kosten en de verminderde mogelijkheid om door te rekenen toch pleiten voor extra loonsverhogingen is gewoonweg niet correct. De minister gebruikt een deel van de cijfers om zijn gelijk te bewijzen. Als hij wil morrelen aan de loonnorm voor bedrijven die het toch heel goed doen, kan er misschien een beweging in de andere richting gebeuren voor bedrijven die het moeilijk hebben”, besluit Danny Van Assche.